auskundschaftet
( trachten ) te weten ( te ) komen, opsporen, ontdekken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
( trachten ) te weten ( te ) komen, opsporen, ontdekken
aanvallig, pril, zacht
( uit ) dunnen
kapotmaken, stukmaken
uiterste datum, teldatum, laatste dag
opschepperig, blufferig, praalziek
missen, niet halen, niet bereiken
lawaai maken, drukte maken
weer ( stand ), verdediging
sparen