einverstanden
eens, akkoord
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
eens, akkoord
demonteerbaar
kort, klein
blikken, van blik
elastisch
heel moeizaam, met veel moeite
in clichés, volgens een sjabloon, naar een vast model, stereotiep, clichématig
blauwhelm, VN-soldaat
stoelgang, ontlasting
onbelangrijk, onbeduidend, op onbelangrijke punten