okkupiertet
occuperen, bezetten, bezit nemen van
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
occuperen, bezetten, bezit nemen van
uitbreiden, ( doen ) uitzetten, ( uit ) rekken, vergroten, verruimen
onvrij, niet vrij, geremd
noemen, benoemen, aanwijzen
onzalig, noodlottig, armzalig
slecht uitvallen, mislukken
boegseren, slepen
belonen
ongewoon, vreemd
( verloop van de ) opleiding