stürmten
stormen, vliegen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
stormen, vliegen
fantasieloos, saai
( plechtig ) laten beloven, de eed laten afleggen
ketters, onrechtzinnig
terugwerkend, met terugwerkende kracht
intensief, intens, krachtig
kraakbenig
doelbewust
kandidaat
ratelen, rammelen