landläufige
gangbaar, ( algemeen ) gebruikelijk, gewoon
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
gangbaar, ( algemeen ) gebruikelijk, gewoon
hechten, bevestigen, spelden, nieten
samentrekken, fronsen
grindgroeve
kilometerteller
weldadig, weldoend, aangenaam
( fijn ) kauwen
winstgevend, lucratief
genadig, barmhartig, goedertieren, goedgunstig, welwillend
afklemmen, afknellen, afbinden