saustest
suizen, gieren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
suizen, gieren
verdichten, comprimeren, samenpersen
gebitverzorging, tandverzorging
opruien, opstoken, ophitsen
treffen, frapperen, verbazen
amuseren, vermaken, plezier doen
verlicht, vrijzinnig
gemoedsaandoening, gemoedsbeweging, emotie
zedeloos, losbandig, amoreel
vervalsen, verkeerd voorstellen