geklammert
( vast ) klemmen, knijpen, knellen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
( vast ) klemmen, knijpen, knellen
steken, zitten, zijn, zich bevinden
overlaten, laten staan
lelijk, niet mooi
losmaken, losbinden
vertrouwensman, vertrouwenspersoon, trustee
ongemotiveerd, ongegrond
betasten, aanraken
topruiter
net, netjes, keurig, ordelijk