Lebenszeit
levensduur, levenstijd, leven
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
levensduur, levenstijd, leven
lichtgelovig
vergiftigen, ( ver ) giftig maken
potsierlijk, lachwekkend, zonderling, vreemd
opwarmen, ( ver ) warmen
oppotten, hamsteren
kanonneerboot
voor iedereen begrijpelijk
zand ( er ) ig
geruit, geblokt, met ruitjes, ruitjes-