unseligen
onzalig, noodlottig, armzalig
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
onzalig, noodlottig, armzalig
Keltisch
tienvoudig
met plicht (s) besef, nauwgezet
vragen, de vraag stellen
vervagen, vervloeien
beheersen
knuffelen, troetelen, liefkozen
paranoïde, aan waanideeën lijdend
hoef