Kalenders
kalender, almanak, agenda
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
kalender, almanak, agenda
rentevoet, rentestand, rentetarief
chaotisch
gaan samenwonen
vruchteloos, ( te ) vergeefs, nutteloos
onbewogen, ongeroerd, onaangedaan
aankomen, arriveren
verstandig, met verstand
opnemen, opvegen, opdweilen
spijbelaar