schiffend
zeiken, pissen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
zeiken, pissen
( zeer ) koud, vriezend
kredietwaardig, solide
gedrongen
wel, gezond, lekker
bedeesd, beschroomd, timide, angstvallig, aarzelend
grappig, komiek
markant, de aandacht trekkend
vertroetelen, verwennen
Middellandse Zee