einsammele
inzamelen, oogsten
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
inzamelen, oogsten
zigeuner
voorwerpen, voorgooien, toegooien
betimmeren, beschieten
reisgids, reisleider
verzekeren, betuigen
weigeren
( hout ) snijden, snijwerk maken
nuttig, bruikbaar, voordelig
ongestoord, ongehinderd, onverstoord