besichtigen
bezichtigen, inspecteren, schouwen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
bezichtigen, inspecteren, schouwen
inwijden
stedeling, stadsmens
overrompelen
gebiedend, bevelend
damesteam, dameselftal
bestek, instrumenten, instrumentenset
op ( en ) breken, openspringen
radioamateur, zendamateur
kommervol, zorgelijk