aufschließest
aan ( een ) sluiten, afstand verminderen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
aan ( een ) sluiten, afstand verminderen
( aan ) raken, beroeren, raken
afslaan, goedkoper worden
bewaring, depot, berusting
hoog in de Alpen, in de hoge Alpen
omstreden, betwist
landhuis
Noors
terugbetalen, vergoeden, restitueren
expediteur, verzender