gebrauchsfähiger
bruikbaar, te gebruiken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
bruikbaar, te gebruiken
inwoner
ongeïnteresseerd, zonder enige belangstelling
eclatant
geraden, raadzaam, gepast, opportuun
offer
smakelijk, lekker, aantrekkelijk
hoeven, nodig hebben, behoeven
( reeds ) genoemd, deze
Zwitserse frank