einschränktet
inperken, beperken, beknotten, inkrimpen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
inperken, beperken, beknotten, inkrimpen
opmaak, verzorging, presentatie
kaak, kinnebak
pikant
ding, voorwerp
machtig, invloedrijk
ordinair, onbeschaafd
verlopen, zijn beloop nemen
naar voren stormen, opdringen
wonen