zusammenziehst
gaan samenwonen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
gaan samenwonen
opzetten, overeind doen staan
klokkenspel, carillon, beiaard, schellenboom
scheppen, voortbrengen
historisch, geschiedkundig
beschamen, beschaamd maken
ravijn, ( berg ) kloof
wat de prijs betreft, qua prijs
erdoor steken
opdrachtgever, bouwheer