implizieren
impliceren, omvatten
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
impliceren, omvatten
zonderling, grillig, buitenissig
verrijken, verbeteren, vergroten
kraambed, kinderbed
vakkundig, vak-
goed thuis, ervaren, onderlegd
( wel ) bespraakt, welsprekend
braaksel
rondtrekken, rondzwerven
kloosterlijk