greifbaren
tastbaar, grijpbaar, duidelijk, concreet
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
tastbaar, grijpbaar, duidelijk, concreet
aanhangen, aankleven, behept zijn met
aanschreeuwen, schreeuwen tegen
veldbed
slingerplant, klimplant
doelbewust, vastberaden, doelgericht
spraakzaam, praatgraag
vertellen, verhalen
afkomstig zijn van, zijn oorsprong vinden in, stammen uit
tendentieus