festlege
vastleggen, bepalen, ( vast ) stellen, besluiten
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
vastleggen, bepalen, ( vast ) stellen, besluiten
geestelijkheid, clerus
aan een touw neerlaten
verdelen, indelen
onzakelijk
aan het lijntje houden, paaien
pijnlijk nauwkeurig, minutieus
beursgenoteerd
tweebaans-, dubbelsporig
sloopkogel, slopersbal