ausstreutet
uitstrooien, rondstrooien, verspreiden
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
uitstrooien, rondstrooien, verspreiden
ooievaar
algemeen vormend
zich moeizaam een weg banen, erdoor dringen
kammen, coifferen
engte, nauwheid
onhandig, lomp
leuk, vlot, flink
walm, wasem, damp, sliert, wolk
met een ( sterke ) eigen wil, eigenzinnig