betrieben
doen, verrichten, uitvoeren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
doen, verrichten, uitvoeren
vernietigen, verdelgen, verwoesten
smaakloos
zuigen, sabbelen, lurken
draai ( ing ), omwenteling
aansluiting op het stroomnet
laag ( hartig ), snood
brildrager
roze, rozekleurig, rozig, blozend, rozerood
laven, verkwikken, verfrissen