Auslösers
veroorzaker, oorzaak
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
veroorzaker, oorzaak
wensen, verlangen
dom ( kerk )
teruglopend, teruggaand, dalend
tuchtigen, kastijden
leggen in
tumor, gezwel
zweven, hangen, drijven, verkeren
germanistiek
batterij