geknutscht
vrijen, minnekozen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
vrijen, minnekozen
vastberaden, onverdroten, onverzettelijk, onophoudelijk, ononderbroken
sparen, ontzien, verschonen, voorzichtig behandelen
zeggen, verklaren
maatstok, dirigeerstok
animeren, stimuleren
verzadigen
verloskunde, verloskundige hulp
overslaan
schoon, zindelijk, net, zuiver