nieder
laag, lager, eenvoudig, nederig
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
laag, lager, eenvoudig, nederig
( ver ) rijdbaar, verplaatsbaar
( aan ) treffen, vinden
gemengd huwelijk
paasmaandag, tweede paasdag
zitbad, het baden in een zitbad
huiseigenaar
verwonderd ( staan ) kijken naar
zomersemester, zomerhalfjaar
hartstochtelijk, gepassioneerd