ausholten
uithalen, de arm uitstrekken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
uithalen, de arm uitstrekken
staan tegenover, staan voor
on ( be ) twijfelbaar, onloochenbaar
objectief
verschalken, te slim af zijn
verkleding
actueel, eigentijds, hedendaags, in de mode
wijsheid
toosten, een toost uitbrengen
wankelmoedig, besluiteloos