Wohlstands
welvaart, welstand
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
welvaart, welstand
buur-, van de buren, naburig
kolchoz
triest, treurig, droevig, triestig
kajuit, ( scheeps ) hut
hanteren, gebruiken, bedienen
verrichten, doen, uitvoeren
dromen, mijmeren
ontplooiing, ontwikkeling
( aan ) zwarten, zwart maken