aufkocht
opkoken, beginnen te koken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
opkoken, beginnen te koken
linken, verbinden
handig ( in zaken )
solidariseren
begenadigen, gratie verlenen aan
onbezonnen, ondoordacht
aan de kaak stellen, hekelen
schuine mop
woordgetrouw, woordelijk, letterlijk
storen, verstoren