Spänen
spaan ( der ), splinter, houtkrul, zaagsel
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
spaan ( der ), splinter, houtkrul, zaagsel
getob, gepieker, gepeins
huiselijk, huishoudelijk
tegemoet brengen
beheren, in beheer hebben
( wel ) behaaglijk, aangenaam, weldadig
reageren
aanbreken, beginnen
normaal, gewoon
aanpassing, adaptatie, accommodatie