ausruft
uitroepen, uitschreeuwen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
uitroepen, uitschreeuwen
( aan ) planten
( be ) sturen, rijden
verbitteren, bitter worden
spatbord
aanrukken, aanmarcheren
hysterisch
oecumenisch, de ene wereldkerk betreffend
strak, straf, gespannen, stevig
verbindingsman, tussenpersoon