aussägtest
zeggen, verklaren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
zeggen, verklaren
stevig, vast staand, stabiel
vertrekken, wegrijden, wegvaren, afreizen
restrictief, beperkend
doodsteken
nietsvermoedend, onwetend, argeloos
kommapunt, puntkomma
besproeien
capaciteit, ( opneem ) vermogen, inhoud
stenogram