familiärsten
familie-, van de familie
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
familie-, van de familie
fladderen, vliegen
Ekel erregend, walgelijk
omkeren, omdraaien, terugkeren
ongestoord, ongehinderd, onverstoord
colporteren
volgens plan, weloverwogen, systematisch
westenwind
barsten, springen
eruit lopen