anpassungsfähigstem
in staat zich aan te passen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
in staat zich aan te passen
mee-eten
roven, stelen
opensperren, wijd openzetten
ploeteren, zwoegen, hard werken
pels, vacht, huid, lijf
( politieke ) ( moord ) aanslag, gewelddaad
communiceren
fout, vergissing, misslag
eten, de maaltijd gebruiken