zudecke
toedekken, bedekken, afdekken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
toedekken, bedekken, afdekken
parelen
bellettrie, letterkunde
kopbal
vastknopen, samenknopen
vrijgevig, gul, goedgeefs, royaal
sportverslag, sportbericht
voorwiel
vrolijk, blij
inbouwkeuken