geflissentlicher
opzettelijk, met opzet, expres
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
opzettelijk, met opzet, expres
week worden, toegeeflijk ( er ) worden
fluctueren
meisje
gebogen, krom
energiezuinig
controleerbaar
tafelen, dineren
schelmenstreek, ondeugendheid
terugbetalen, teruggeven, restitueren