Zeugs
prul, rommel, troep, spullen, gerei
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
prul, rommel, troep, spullen, gerei
vervloeien, vervliegen, ( weg ) smelten
testamentair, bij testament
aanklikken
rolschaats
glimworm ( pje )
toesnellen, aan komen snellen
opslaan, opleggen, bewaren, ( op ) stapelen, opbergen
confisqueren, in beslag nemen, verbeurdverklaren
kwetsbaar