geklappert
klapperen, klepperen, klappertanden
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
klapperen, klepperen, klappertanden
overgelukkig, dolgelukkig
huwelijkspartner
goed van de tongriem gesneden, welbespraakt
knallen
eenzaam, alleen
gaan, zich begeven
fabricaat, ( fabrieks ) product
spelbegin
wassen, afwassen, spoelen