vertrugt
verdragen, kunnen tegen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
verdragen, kunnen tegen
bekendmaken, zich uitlaten over, mededelen
boekenrek
overdekken, overkappen
n. Chr ., n.C.
jubelen, juichen
vergelden, goedmaken, vergoeden
bijeen, bij elkaar, samen
benedendek
uitwijken ( voor ), ontwijken, opzijgaan ( voor ), uit de weg gaan ( voor )