Sägespäne
zaagsel
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
zaagsel
liefkozen, aanhalen, knuffelen
bekwaam, knap, degelijk, capabel
ventileren
ingesprektoon, bezettoon
aansteken, aanmaken, opstoken
liefdevol, liefderijk
zonderling
sterk, productief
verdiepen, uitdiepen, dieper maken