pluralen
meervoud ( svorm ), woord in het meervoud
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
meervoud ( svorm ), woord in het meervoud
gebogen, gewelfd
bouwplan
gewenst, gevraagd
voor ( dat ), alvorens, ( vooral ) eer
van de mens, als mens, menselijk
van goed ras, pittig, vol temperament
simpel, eenvoudig, ongecompliceerd
onvergetelijk
( ver ) mijden, ontwijken