Werk
werk ( zaamheid ), arbeid, taak
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
werk ( zaamheid ), arbeid, taak
twijfelachtig, bedenkelijk, problematisch
verdovend
commercie
murmelen, mompelen
overleven, te boven komen
vaal, ( vaal ) bleek, kleurloos
het koud hebben
insnijden, inknippen
concreet, reëel