Schachbrettern
schaakbord
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
schaakbord
opmonteren, opvrolijken
verkiezen, prefereren, de voorkeur geven aan
bevallig
tweeslachtig, oneens, verdeeld, innerlijk gespleten, controvers
skipak
maskeren
onnauwkeurig
trekschakelaar
arrestatie, aanhouding, inhechtenisneming