mieteten
huren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
huren
leggen op, neerleggen
calqueren, een kopie maken
vertrouwd, gangbaar, ( algemeen ) bekend, ( algemeen ) gebruikelijk
onbestelbaar
staatsburger, onderdaan
vriendelijk, voorkomend, beleefd
aangenaam in de omgang, gemakkelijk ( in de omgang )
geneeskrachtig, medicinaal
fladderen, vliegen