umkreisten
draaien om ( heen ), omcirkelen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
draaien om ( heen ), omcirkelen
vastgeroest, halsstarrig
onaneren, zichzelf bevredigen
patriottisch, vaderlandslievend
zich oprichten, steigeren
geleidend
( turn ) ploeg, ( turn ) team
afsluiting van de ‘Hauptschule’
in veiligheid brengen
rustiek, landelijk