korrespondiere
corresponderen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
corresponderen
( aan ) stoten, ( aan ) botsen
zwelgen, brassen
aan elkaar hangen
glibberig, glad
onberispelijk, foutloos, vlekkeloos
platdrukken, dooddrukken, bedelven
belangrijk, gewichtig
stamelen, stotteren, hakkelen
constateren, vaststellen