widerspiegelst
weerspiegelen, weerkaatsen, reflecteren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
weerspiegelen, weerkaatsen, reflecteren
kapotgaan, stukgaan
niet betrokken
verstandig, schrander
vesperbrood, avondbrood
gemeentepolitiek, lokale politiek
meetlint, centimeter, duimstok
aansteken, ontsteken, opsteken
losmaken, losweken
instinctief, instinctmatig, instinct-