Züchtens
fokken, kweken, telen, opwekken, kweken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
fokken, kweken, telen, opwekken, kweken
ijzerhoudend
( eraan ) beginnen, aanvatten, aan de slag gaan
zweep
rauw, ongekookt
overgrootvader
metselkalk, specie, mortel
aanbrullen, toebrullen, aansnauwen
inwijden
grote mogendheid, grootmacht