versammelt
verzamelen, bijeenbrengen, bijeenroepen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
verzamelen, bijeenbrengen, bijeenroepen
voorwendsel, excuus, smoesje
manisch
tweeslachtig, oneens, verdeeld, innerlijk gespleten, controvers
overgang, menopauze
teenager, tiener
boosaardig, kwaadaardig
kras, sterk, frappant
zo klein ( als ) mogelijk
belangrijk, aanzienlijk