abgeschlossenen
afgesloten, geïsoleerd
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
afgesloten, geïsoleerd
kruimelen
domineren, overheersen
broos, wrak, bouwvallig
verdrijving, verjaging
militair
recenseren, bespreken, beoordelen
terughoudend, afwachtend
met de zweep slaan
ophopen, opstapelen