jagend
jagen, op jacht zijn, jacht maken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
jagen, op jacht zijn, jacht maken
( lichamelijk ) op weersveranderingen reagerend
spinnenweb
overlevingstocht, survivaltraining
ter bedevaart gaan, een pelgrimstocht maken
vol afwisseling
tituleren, betitelen, noemen
de draak steken, ( een beetje ) spotten
olieachtig, vettig
feodale heerschappij, feodalisme